in normale modus. Stille modus wordt gebruikt als het eerste teken van de optietekenreeks een dubbele punt is. In deze modus worden er geen foutmeldingen geprint. In stille modus geldt: als 'getopts' een ongeldige optie vindt, wordt dat teken in OPTARG geplaatst; als een vereist argument bij een optie ontbreekt, dan wordt een ':' in NAAM geplaatst en de optieletter in OPTARG. In normale modus geldt: als 'getopts' een ongeldige optie vindt, wordt een '?' in NAME geplaatst, en OPTARG leeggemaakt; als een vereist argument ontbreekt, dan wordt een ':' in NAAM geplaatst en de gevonden optieletter in OPTARG; in beide gevallen wordt er ook een foutmelding geprint. Als de shell-variabele OPTERR de waarde 0 heeft, wordt het printen van foutmeldingen uitgeschakeld, zelfs als het eerste teken van de optiereeks geen dubbele punt is. De standaardwaarde van OPTERR is 1. Normaliter ontleedt 'getopts' de positionele parameters, maar als er argumenten gegeven worden, dan worden deze ontleed. De afsluitwaarde is 0 als er een optie gevonden werd, of niet-nul als het einde van de opties bereikt werd of als er een fout optrad.