gen te hermaken. De opties kunnen ook gebruikt worden bij het starten van de shell. De huidige toestand van de eigenschappen is te vinden in $-. Eventuele extra argumenten van 'set' worden begrepen als positionele parameters en worden toegewezen aan $1, $2, ... $N. De lange namen voor gebruik met optie -o (of +o) zijn: allexport == -a (automatisch exporteren van nieuwen/gewijzigden) braceexpand == -B (accoladevervanging uitvoeren) emacs regelbewerkingsinterface in stijl van 'emacs' gebruiken errexit == -e (shell afsluiten bij eerste fout) errtrace == -E ('trap' op ERR overal laten gelden) functrace == -T ('trap' op DEBUG overal laten gelden) hashall == -h (gevonden pad van opdrachten onthouden) histexpand == -H ('!'-opdracht beschikbaar stellen) history opdrachtengeschiedenis beschikbaar stellen ignoreeof Ctrl-D negeren; de shell niet afsluiten bij lezen van EOF interactive-comments commentaar in interactieve opdrachten toestaan keyword == -k (nakomende toewijzingen ook meenemen) monitor == -m (taakbesturing beschikbaar stellen) noclobber == -C (omleidingen geen bestanden laten overschrijven) noexec == -n (opdrachten lezen maar niet uitvoeren) noglob == -f (jokertekens uitschakelen) nolog (herkend maar genegeerd) notify == -b (beëindiging van een taak direct melden) nounset == -u (niet-bestaande variabelen als een fout beschouwen) onecmd == -t (afsluiten na uitvoeren van één opdracht) physical == -P (fysieke paden volgen i.p.v. symbolische) pipefail de afsluitwaarde van een pijplijn gelijkmaken aan die van de laatste niet-succesvolle opdracht in de reeks, of aan 0 als alle opdrachten succesvol waren posix de voorschriften van de POSIX-standaard strict volgen privileged == -p (geprivilegeerde modus) verbose == -v (elke invoerregel echoën) vi regelbewerkingsinterface in stijl van 'vi' gebruiken xtrace == -x (elke opdracht echoën) De afsluitwaarde is 0, tenzij een ongeldige optie gegeven werd.